|
Barneveld 2004
|
|
Een verslag van de 23e Jan van Schaffelaarrit in Barneveld, zaterdag 10 juli 2004
In de loop van de week de Harley tevoorschijn gehaald, want zaterdag naar Barneveld. ’s Morgens om acht uur vertrokken wij uit Oosthuizen en om negen uur aankomst bij de Veluwehal. Op Henk van Maaren na waren wij de eerste deelnemers. We konden de auto in de markthal parkeren en de motor klaarmaken. Snel inschrijven (moet je eigelijk vooraf doen). Er waren al 45 voorinschrijvers.
Nadat we zo kort na de start weer in Barneveld waren aangekomen en geen routebordjes meer zagen, beseften we dat dit niet de goede route was en maar weer omgekeerd. Wat bleek, een bordje aan een lantaarnpaal was naar de achterkant verschoven. Wie zou dat gedaan hebben? Later bleek dat er op meerdere plaatsen bordjes weg waren en had de organisatie weer werk om dat te herstellen. Ondertussen werd de lucht al donkerder en plotseling een stevige bui. Wij konden schuilen in een wagenloods bij een boerderij en wachtten de bui af. Dit was ook de enige regen van de rit.
Daarna van start voor het tweede gedeelte van de rit, richting Terschuur. Plotseling zagen we de prachtige standerdmolen “Den olden Floris”. Hoewel de meeste rijders vanwege het op tijd rijden doorreden, zijn wij toch gestopt om de molen te bekijken. Het is nog één van de weinige standerdmolens en deze was uniek doordat hij nog houten aandrijfassen bezat. Hij wordt nog steeds gebruikt om meel te malen, wat je daar ook kunt kopen.
Onze rit vervolgend gingen we naar Voorhuizen en weer Terschuur en eindigden we bij de Veluwehal. Een prachtige rit, die als vanouds afgesloten werd met een uitstekende warme maaltijd. Daarna werden door Henk de medewerkers van de organisatie en de vrouwelijke deelnemers in de bloemen gezet. Bij de prijsuitreiking bleek, dat het mogelijk was om deze rit met twee strafpunten te rijden. Dit ondanks de kleine routebordjes. Wij hadden 34 strafpunten maar dat was het bezoek aan de molen ons wel waard. Met motorgroeten van Ank en Siem Buis Foto's en tekst met dank aan Siem Buis |